| Voor een CT-scan worden achter elkaar verschillende röntgenfoto's gemaakt. Deze foto's worden vervolgens
met een computer bewerkt en samengesteld. (CT staat voor computertomografie). Op die manier kan zichtbaar
worden gemaakt of een spier is aangetast en of er veel vetweefsel in een spier zit. De hoeveelheid
röntgenstraling die nodig is voor een CT-scan is ongeveer gelijk aan de hoeveelheid straling die
gebruikt wordt voor een longfoto.
Met een MRI-scan kan ook een beeld worden gemaakt van het inwendige van het lichaam. MRI staat voor
magnetic resonance imaging, ofwel beeldvorming met behulp van een sterk magnetische veld. Een MRI-scan geeft
een veel 'scherpere' afbeelding dan een CT-scan. Vooral de aantasting of beknelling van bepaalde zenuwen
kunnen soms met een MRI goed in beeld worden gebracht.
Een MRI en een CT-scan kunnen dus zeer waardevolle informatie verschaffen bij het stellen van de
diagnose. Terug
|