Soms is het voor een diagnose nodig om een klein stukje weefsel uit te nemen. Dit heet een biopt. Een
spierbiopt wordt vaker afgenomen dan een zenuwbiopt.
Een spierbiopt wordt gebruikt voor nader onderzoek van het spierweefsel. Vaak kan de structuur van het
weefsel of het voorkomen van bepaalde chemische verbindingen uitsluitsel bieden bij het vaststellen van de
diagnose.
Vaak neemt men een spierbiopt door een klein sneetje te maken in de huid, waarna een stukje spierweefsel
wordt weggenomen. Dit gebeurt in de regel onder plaatselijke verdoving. Bij kleine kinderen wordt soms
gekozen voor gehele verdoving. Een spierbiopt kan soms worden afgenomen met een dikke, holle naald, een
zogenaamd naaldbiopt. Het nemen van een spierbiopt wordt over het algemeen als onplezierig ervaren, maar de
reacties verschillen sterk van persoon tot persoon.
Een zenuwbiopt wordt meestal genomen uit een gevoelszenuw. Volwassenen kunnen langere tijd last hebben van
een pijnlijke plek en op een bepaalde plaats kan zowel bij kinderen als volwassenen een doof gevoel blijven
bestaan. Het zenuwbiopt wordt meestal genomen uit het onderbeen of bij de enkel. Een zenuwbiopt wordt alleen
genomen wanneer daar een dwingende reden voor is. Terug
|