Wanneer de diagnose vaststaat, zult u uitgenodigd worden voor een gesprek met de neuroloog of kinderarts
om de uitslag van de onderzoeken door te praten. Het is aan te raden om een vertrouwd iemand mee te nemen
naar dit gesprek: een partner, zoon of dochter, vriend of vriendin. Sommige mensen hebben er ook baat bij om
van te voren enkele belangrijke vragen voor de arts op te schrijven.
U mag van de arts verwachten dat hij of zij de nodige tijd inruimt voor dit gesprek. Neemt u er zelf ook
de tijd voor. U kunt in het gesprek vragen naar de aard van de ziekte, het verloop ervan en de mogelijke
behandeling. Bespreek wie de verdere behandeling zal doen; want al bestaat er voor veel spierziekten geen
genezing, er zijn tal van behandelingsmogelijkheden. U kunt de arts ook vragen om de naam van de ziekte voor
u op te schrijven: veel spierziekten hebben ingewikkelde namen, die ook nog makkelijk te verwarren zijn met
andere spierziekten.
Vraagt u aan de neuroloog of kinderarts of er een tweede gesprek kan plaatsvinden, waarin u de gelegenheid
heeft om nadere vragen te stellen. Vaak zult u zich pas na het eerste gesprek realiseren, welke vragen u
eigenlijk had moeten stellen.
Afhankelijk van de spierziekte, zal de neuroloog of kinderarts een grotere of kleinere rol hebben bij de
verdere behandeling.
Terug
|