Klachten en verloop
CIDP begint meestal langzaam. In enkele maanden ontstaat spierzwakte in beide armen en/of benen. CIDP kan zich op verschillende manieren uiten. Sommige mensen hebben vooral spierzwakte. Anderen hebben meer gevoelsklachten, of een combinatie van beide.
De zwakte wordt langzaam erger en is aan beide kanten van het lichaam te merken. In een ernstige fase kunnen mensen soms nog maar moeilijk zelfstandig lopen. Soms raken ook de spieren in het gezicht verzwakt. De ademhalingsspieren blijven meestal goed werken. Alleen in uitzonderlijke gevallen is ademhalingsondersteuning nodig.
Gevoel en vermoeidheid
Veel mensen hebben ook gevoelsklachten, zoals pijn, tintelingen of een slapend gevoel in armen of benen. Vermoeidheid komt vaak voor en kan lang blijven.
Verloop
Het verloop van CIDP verschilt per persoon. Zonder behandeling nemen de klachten bij sommige mensen steeds toe. Bij anderen verbeteren de klachten eerst en komen daarna terug.
De klachten lijken op die van het Guillain-Barré-syndroom (GBS). Bij GBS gaat de ziekte veel sneller en kan er tijdelijke volledige verlamming optreden. Bij CIDP zijn de verlammingen meestal minder ernstig, maar duren ze langer. Bij beide ziekten kunnen restklachten blijven bestaan.
Invloed op dagelijks leven
Door spierzwakte en vermoeidheid kunnen dagelijkse activiteiten moeilijker worden. Bijvoorbeeld lopen, traplopen of kleine handelingen met de handen. Sommige mensen hebben hulpmiddelen nodig, zoals een wandelstok, krukken of een rolstoel.