Bij dunnevezelneuropathie (DVN) werken de dunne zenuwvezels niet goed doordat ze beschadigd zijn. De dunne zenuwvezels zijn de eindtakjes van de zenuwen. Ze lopen vlak onder de huid en zorgen ervoor dat je pijn, warmte en kou kunt voelen. Ook regelen ze autonome functies, zoals de bloeddruk en het zweten.
DVN is een vorm van polyneuropathie (poly = veel, neuropathie = zenuwziekte). Bij DVN zijn vooral de dunne zenuwvezels aangedaan. Bij andere vormen van polyneuropathie kunnen juist de dikke zenuwvezels of zowel de dunne als de dikke zenuwvezels zijn beschadigd. Lees meer over polyneuropathie in het algemeen.
Oorzaak
Bij DVN kunnen verschillende ziekten of andere factoren een rol spelen. Het is niet altijd duidelijk of deze DVN echt veroorzaken. Daarom noemen artsen ze ook wel onderliggende factoren.
De meest voorkomende onderliggende factor is diabetes (suikerziekte). Andere factoren die een rol kunnen spelen zijn:
een voorstadium van diabetes (gestoorde glucosetolerantie);
ziekten van het afweersysteem, zoals de ziekte van Sjögren, sarcoïdose of vasculitis (ontsteking van de bloedvaten);
coeliakie (een ziekte waarbij je geen gluten verdraagt);
infecties, zoals hiv en de ziekte van Lyme;
bepaalde medicijnen, zoals chemotherapie;
overmatig alcoholgebruik;
een tekort of teveel aan bepaalde vitamines;
erfelijke aandoeningen die de zenuwen aantasten.
Niet iedereen met een van deze factoren krijgt DVN. Bij ongeveer de helft van de mensen met DVN wordt geen oorzaak gevonden. Dit heet idiopathische dunnevezelneuropathie.
Klachten en verloop
Bij DVN zijn er vooral gevoelsklachten en klachten doordat bepaalde automatische functies van het lichaam minder goed werken. Welke klachten iemand heeft en hoe ernstig deze zijn, verschilt per persoon.
Gevoelsklachten
Veelvoorkomende gevoelsklachten zijn:
brandende, prikkelende of schietende pijn
pijn bij een normale aanraking van de huid, bijvoorbeeld door kleding of beddengoed
minder gevoel voor pijn, warmte en kou
jeuk
De gevoelsklachten beginnen vaak in de voeten en handen. Ze kunnen zich langzaam uitbreiden naar de onderbenen, armen en romp. Soms komen de klachten ook op andere plekken voor, bijvoorbeeld in het gezicht.
Sommige mensen hebben brandende pijn in de handen en voeten, waarbij de huid rood tot paars verkleurt en de klachten toenemen bij warmte of inspanning. Dit wordt erythermalgie genoemd.
Autonome klachten
Dunne zenuwvezels zijn ook betrokken bij functies die het lichaam automatisch regelt. Dit noemen we autonome functies. Als deze zenuwvezels beschadigd zijn, kunnen bijvoorbeeld de volgende klachten ontstaan:
droge ogen of een droge mond
problemen met scherpstellen van de ogen
meer of juist minder zweten
problemen met plassen
seksuele problemen, zoals erectieproblemen of vaginale droogheid
maag- en darmproblemen, zoals een vertraagde maaglediging, diarree of verstopping
opvliegers
duizeligheid bij snel opstaan
hartkloppingen
Andere klachten en gevolgen
Veel mensen met DVN hebben last van vermoeidheid. Waarschijnlijk spelen daarbij verschillende factoren een rol. Ook kan pijn ervoor zorgen dat bewegen moeilijker wordt. De spierkracht zelf is bij DVN normaal.
Verloop
De klachten kunnen op elke leeftijd beginnen en verschillen per persoon. Het verloop van DVN is nog niet helemaal duidelijk. Meer onderzoek is nodig om dit beter te begrijpen.
De diagnose stellen
Het stellen van de diagnose DVN is niet eenvoudig. Het is nog niet precies bekend hoe DVN ontstaat. Ook worden bij gewoon neurologisch onderzoek vaak geen afwijkingen gevonden. De spierkracht, reflexen en het gevoel voor trillingen zijn meestal normaal. Daarom zijn verschillende aanvullende onderzoeken nodig om de diagnose te kunnen stellen.
Huidbiopt
Onder plaatselijke verdoving wordt een klein stukje huid weggenomen. Onder de microscoop wordt gekeken hoeveel dunne zenuwvezels er in de huid zitten. Bij mensen met DVN zijn dit er meestal minder dan normaal. Een normale uitslag sluit DVN niet uit.
Temperatuurdrempelonderzoek
Met dit onderzoek wordt gemeten hoe goed iemand warmte en kou voelt. Een afwijkende uitslag kan passen bij DVN, maar komt ook bij andere aandoeningen voor.
EMG
Met een EMG wordt de werking van de zenuwen en spieren onderzocht. Bij DVN zijn de dikke zenuwvezels niet beschadigd. Daarom laat een EMG bij pure DVN meestal geen afwijkingen zien.
Bloedonderzoek
Met bloedonderzoek wordt gezocht naar ziekten of andere factoren die mogelijk een rol spelen bij DVN. Soms wordt ook DNA-onderzoek gedaan.
Behandeling
Als er een onderliggende factor voor DVN wordt gevonden, probeert de arts deze zo mogelijk te behandelen. Daarnaast is de behandeling gericht op het verminderen van de klachten, zoals pijn en autonome klachten.
Medicijnen tegen pijn
Verschillende soorten medicijnen kunnen helpen tegen zenuwpijn. Meestal wordt eerst gekozen voor bepaalde antidepressiva of anti-epileptica. Deze medicijnen zijn niet speciaal ontwikkeld tegen DVN, maar kunnen wel helpen tegen zenuwpijn. Als deze medicijnen onvoldoende helpen, kunnen soms opioïden (sterke pijnstillers) worden overwogen.
Bij pijn op één plek kan soms een crème met capsaïcine of lidocaïne helpen.
Pijnrevalidatie
Bij langdurige pijn kan pijnrevalidatie helpen om beter met de pijn en de gevolgen ervan om te gaan. Je kijkt samen met verschillende zorgverleners wat voor jou belangrijk is en hoe je activiteiten kunt blijven doen of weer kunt opbouwen. Ook is er aandacht voor conditie, bewegen en omgaan met de pijn.
Andere klachten
Ook andere klachten, zoals jeuk, kunnen soms worden behandeld. Het is daarbij belangrijk om eerst te onderzoeken of de klacht een andere oorzaak heeft.
Zelf aan de slag
Soms kun je ook zelf iets doen aan pijn en vermoeidheid. Revalidatiearts Willeke Kruithof en fysiotherapeut Jaap Bakers van het UMC Utrecht maakten hier een video over. Je kunt hem hier bekijken.
Let op. De video komt uit 2020 en was bedoeld voor het Spierziektecongres van dat jaar. Hij gaat ook over andere vormen van polyneuropathie.
Voor jou en je hulpverlener
Voor de huisarts
Het is belangrijk ook je huisarts te vertellen dat je DVN hebt. Deel de brochure Informatie voor je huisarts met hem/haar.
Het expertisecentrum DVN in het Maastricht UMC+ biedt de beste diagnostiek, advies en zorg voor mensen met DVN. Voor een afspraak bij het expertisecentrum heb je een verwijzing van je neuroloog of huisarts nodig. In het centrum wordt ook wetenschappelijk onderzoek gedaan. Het onderzoek concentreert zich op de diagnostiek, de oorzaken en behandelmogelijkheden.
“Veel spierziekten zijn zo zeldzaam dat je in het dagelijkse leven niet zomaar iemand tegenkomt die jou écht begrijpt. Toen ik ineens flink achteruitging, vond ik veel steun op Myocafé.”