Klachten en verloop
De eerste klachten ontstaan meestal bij de geboorte of vóór het derde levensjaar. Baby’s zijn vaak slap (hypotonie), bewegen weinig en hebben soms te weinig kracht om hard te huilen.
Ontwikkeling
De spierzwakte komt vooral voor in de spieren rond de schouders en het bekken en in de bovenarmen en de bovenbenen. Door de spierzwakte kunnen kinderen hun spieren minder goed gebruiken. Daardoor worden de spieren dunner en kunnen vergroeiingen van de gewrichten (contracturen) ontstaan. Veel kinderen leren later kruipen, staan of lopen dan leeftijdgenoten. Zelfstandig lopen is niet altijd mogelijk en sommige kinderen gebruiken een rolstoel.
Ook spieren in het gezicht en de ademhalingsspieren kunnen verzwakt zijn. Hierdoor kunnen problemen ontstaan met slikken, voeding en ademhalen.
Naast de spieren kunnen er ook milde afwijkingen in de hersenen zijn. Op een MRI-scan zijn vaak afwijkingen van de witte stof in de hersenen te zien. Soms komt epilepsie voor. De verstandelijke ontwikkeling is meestal niet aangedaan.
Verloop
De ernst van de klachten verschilt per persoon. Bij sommige mensen ontbreekt merosine niet helemaal, maar is er minder van aanwezig. De klachten zijn dan vaak milder en kunnen pas op latere kinder- of volwassen leeftijd ontstaan.
De levensverwachting verschilt per persoon. Bij problemen met de ademhaling of het hart kan deze verkort zijn. De spierzwakte blijft meestal stabiel, terwijl ademhalingsproblemen in de loop van de tijd kunnen toenemen.
Merosine-positieve congenitale spierdystrofie
Naast merosine-negatieve congenitale spierdystrofie bestaat ook merosine-positieve congenitale spierdystrofie. Hierbij is het eiwit merosine wel aanwezig. Het gaat om een brede groep spierziekten waarbij niet altijd een duidelijke diagnose kan worden gesteld.
De klachten verschillen sterk per persoon. Meestal is er spierzwakte die langzaam toeneemt. Vooral de spieren van de romp, schouders en heupen kunnen zwak zijn. Kinderen kunnen daardoor later leren staan en lopen en er kunnen vergroeiingen van de gewrichten ontstaan.
Ook de hersenen kunnen betrokken zijn. Soms zijn afwijkingen van de witte stof te zien en er kan sprake zijn van een verstandelijke beperking.