Neurologisch onderzoek

Vraaggesprek

In eerste instantie zal de neuroloog u vragen wat de klachten precies zijn. Ook zal hij willen weten of er familieleden zijn met dezelfde verschijnselen. Dit eerste deel van het (neurologisch) consult heet de anamnese: het gesprek over de voorgeschiedenis van de ziekte.
Mogelijke aandachtspunten wanneer er aan een spierziekte wordt gedacht, zijn krachtverlies, verminderd gevoel of evenwichtsstoornissen.

Lichamelijk onderzoek

Na de anamnese volgt het lichamelijk onderzoek. De neuroloog zal bijvoorbeeld de spierkracht testen, of de peesreflexen. Soms valt met het blote oog te zien dat de spieren erg dun zijn. Van belang is te weten welke spieren meer zijn aangedaan en welke minder.
Dit onderzoek duurt meestal een half uur tot een uur en veroorzaakt weinig ongemakken.

Aanvullend onderzoek

Om met zekerheid vast te stellen of er sprake is van een spierziekte, is vaak aanvullend onderzoek nodig. Daarmee wordt in de meeste gevallen ook het soort spierziekte duidelijk (er zijn er meer dan zeshonderd). Voorbeelden van aanvullend onderzoek zijn bloedonderzoek, spier- en zenuwonderzoek, CT- of MRI-scans en erfelijkheidsonderzoek.
Met welke onderzoeken u te maken krijgt, bepaalt de arts onder andere aan de hand van de resultaten van het lichamelijk onderzoek en de anamnese.

Naar overzicht Diagnostiek

Gepubliceerd op 17 januari 2017, laatst gewijzigd op 28 november 2017

Bewaar als PDF Printen