HIV-medicijnen werken zeer waarschijnlijk niet bij ALS 2001

Door: Erik van Uden

In de afgelopen week verschenen in enkele regionale kranten berichten over de relatie tussen HIV en A.L.S. Wij raadpleegden de medisch adviseur hierover.

In de afgelopen week zijn in enkele regionale kranten berichten verschenen over de relatie tussen HIV en A.L.S.. De Spierziekten Infolijn kreeg hier diverse vragen over. Daarom heeft de VSN gevraagd om een reactie van de medisch adviseur van de A.L.S. diagnosewerkgroep. Zijn reactie vindt u hieronder.In septembernummer van het vakblad "Neurology" zijn twee artikelen verschenen over de combinatie van HIV besmetting, het virus dat AIDS veroorzaakt, en een neurologisch ziektebeeld dat overeenkomsten heeft met ALS. Een Franse studie beschrijft 6 patiënten, die over een periode van 13 jaar gedocumenteerd zijn. Een Amerikaanse studie beschrijft één patiënt. Na behandeling met anti-HIV medicijnen verbeterde ook de neurologische uitval bij enkele patiënten.

ALS is een ziekte van de motorische zenuwcellen, die leidt tot zwakte en het dunner worden van spieren (atrofie). Het blijkt nu dat deze verschijnselen ook voorkomen bij de patiënten met HIV. Er zijn echter ook belangrijke verschillen met ALS: De neurologische uitval van HIV+ [HIV-positief red.] patiënten ontstond in een aantal weken en nam snel toe. Bij de meeste ALS patiënten is sprake van een geleidelijke achteruitgang. Ook begon de zwakte bij HIV+ patiënten op een relatief jonge leeftijd (jonger dan 40 jaar).

In verschillende Nederlandse dagbladen werd (kort) melding gemaakt van de artikelen in "Neurology". Zij gaan - ten onrechte - nog een (grote) stap verder door te suggereren dat de anti-HIV medicijnen ook werkzaam zouden zijn bij ALS patiënten zonder HIV. Daar is op dit moment geen enkel bewijs voor. De anti-HIV medicijnen zijn gericht tegen cellen die geïnfecteerd zijn met HIV en niet tegen motorische zenuwcellen. Het is daarom onwaarschijnlijk dat anti-HIV medicijnen een effect hebben bij patiënten met ALS zonder HIV besmetting. De medicijnen die gegeven worden aan HIV+/AIDS patiënten werken specifiek tegen het HIV-virus en niet tegen virussen in het algemeen.

De ALS-achtige verschijnselen die nu gerapporteerd worden zijn niet de enige neurologische afwijkingen die voorkomen bij HIV besmetting. Al langer is bekend dat een vorm van dementie (verminderde concentratie, gedragsveranderingen, gestoord geheugen etc) en polyneuropathie veel voorkomende complicaties van HIV+/AIDS patiënten zijn.

De verschenen artikelen zijn om verschillende redenen belangrijk. Allereerst voor patiënten met de combinatie HIV en ALS. Voor hen bestaat er een behandeling met redelijke kans op herstel, door het gunstige effect van de medicijnen op de gevolgen van het HIV virus. Ten tweede zijn er nu aanwijzingen dat een virus schade aan de motorische zenuw kan veroorzaken, wat van belang kan zijn voor onderzoekers naar de oorzaak van ALS. Verder onderzoek naar de rol van virussen en ontsteking bij ALS is nodig. Het ultieme bewijs dat ALS veroorzaakt wordt door een virus is echter nog allerminst geleverd. Een belangrijk argument tegen de rol van een virus bij het ontstaan van ALS is dat er geen enkele aanwijzing is dat ALS een besmettelijke of overdraagbare ziekte is.

Dr Leonard H van den Berg
Neuroloog
UMC Utrecht

Terug naar overzicht