Training zinvol bij Duchenne

Door: Erik van Uden

Lichte fietstraining voor armen en benen vertraagt de achteruitgang van jongens met Duchenne-spierdystrofie.

Wanneer jongens met Duchenne hun spieren rustig trainen, dan vertraagt dat de achteruitgang. Tot dusver werd gedacht dat training de achteruitgang juist versnelt. Eerder onderzoek werd echter verricht met weerstandstraining, niet met weinig intensieve dynamische training.

Dit schrijven Merel Jansen en andere onderzoekers van het UMC St Radboud naar aanleiding van hun kleine maar zorgvuldige onderzoek onder 30 Nederlandse jongens met Duchenne van ongeveer 10 jaar oud, die de mogelijkheid om te lopen bijna kwijt waren of die kortgeleden rolstoelafhankelijk waren geworden.

Van de deelnemers kregen er 17 een fietsapparaat voor zowel armen als benen. De apparaten waren voorzien van trapondersteuning, waardoor de jongens ook met geringe spierkracht een kwartier lang 65 omwentelingen per minuut konden volhouden zonder dat zij uitgeput raakten. De controlegroep kwam op een wachtlijst. Het motorisch functioneren werd 7 keer gemeten.

Voor het meten van de kracht en bewweglijkheid werd de Motor Function Measure (MFM) gebruikt. Na een half jaar was de controlegroep op de MFM 4,9% achteruitgegaan, terwijl de ‘sportgroep’ stabiel was gebleven. Er was geen verschil in het uithoudingsvermogen.

De Nijmeegse onderzoekers vermoeden dat de snelle achteruitgang van patiënten met Duchenne in de fase waarin ze rolstoelafhankelijk worden voor een deel wordt veroorzaakt doordat ze veel spieren niet meer gebruiken in de rolstoel. Mogelijk kan een passend trainingsprogramma deze achteruitgang vertragen.

Terug naar overzicht