VSN in brief aan minister: grote problemen vervoer 1997

Door: Erik van Uden

In een brief aan minister Melkert heeft de VSN aangegeven dat het vervoer voor mensen met een handicap gebrekkig is.

De Vereniging Spierziekten Nederland (VSN) heeft in een brief aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, minister Melkert, haar ernstige bezorgdheid geuit over het vervoer voor mensen met een handicap, zoals dat nu door veel gemeenten op basis van de Wet Voorzieningen Gehandicapten is geregeld.

De VSN wijst op drie problemen:

  • In veel gemeenten wordt aan mensen met een handicap geen ander alternatief geboden dan het collectief vervoer, ongeacht de individuele omstandigheden.
  • De zorgplicht van de gemeenten op het gebied van vervoer houdt op bij de gemeentegrens. Een bezoek aan verder weg wonende vrienden, ouders of kinderen wordt hierdoor vaak onmogelijk.
  • Een bruikleenauto of auto-aanpassingskosten worden niet meer verstrekt. In het verleden, onder het AAW-regime, gebeurde dit wel, zij het in bescheiden mate.

Veel mensen met een spierziekte ondervinden deze problemen. De kwestie is al eerder in de Tweede Kamer aan de orde geweest. De minister heeft toen toegezegd om vóór het zomerreces te komen met voorstellen voor oplossingen. Dit is echter niet gebeurd.

Sinds de Wet Voorzieningen Gehandicapten in 1994 werd ingevoerd zijn devervoersmogelijkheden voor mensen met een (ernstige) handicap fors beperkt. Voor een deel heeft dit te maken met het globale karakter van de wet. Het is aan de gemeenten om aan de wet invulling te geven. Hierdoor ontstaan er verschillen tussen gemeenten onderling. Voor een ander deel worden de problemen veroorzaakt door de misplaatste zuinigheid van de gemeenten. Recente uitspraken van de Centrale Raad van Beroep ondersteunen het gemeentelijk beleid van karigheid.

Knelpunt: uitsluitend collectief vervoer
In veel gemeenten zijn mensen met een handicap voor hun vervoer uitsluitend aangewezen op het collectief vervoersysteem, hoewel dit soms nauwelijks aansluit bij hun persoonlijke omstandigheden en behoeften. Zo gebeurt het dat kinderen met een spierziekte in een 'gehandicapten-busje' van het collectief vervoer reizen, terwijl de rest van het gezin in een eigen auto achter het busje aanrijdt. Ook mensen die sociaal actief zijn kunnen slecht uit de voeten met het collectief vervoer, omdat de reis- en wachttijden behoorlijk kunnen oplopen. De VSN vindt dat bij de indicatiestelling steeds gekeken moet worden naar de persoonlijke omstandigheden. Op basis daarvan moet een afweging gemaakt worden welke vorm van vervoer voldoet, individueel, collectief of een combinatie van beide.

Knelpunt: vervoer tot de gemeentegrens
Reeds bij de invoering van de Wet Voorzieningen Gehandicapten in 1994 heeft de VSN erop gewezen dat er geen garanties waren voor een goed vervoersysteem buiten de gemeentegrenzen. In de praktijk blijken gemeentegrenzen ook vaak onneembare barrières. Een bezoek aan familieleden en vrienden buiten de gemeente zit er vaak niet in. De oorzaak is dat gemeenten vinden dat de zorgplicht voor hun burgers ophoudt bij hun grens.De Centrale Raad van Beroep bevestigt gemeenten in deze opvatting. De VSN is van mening dat alleen een landelijke aanpak dit probleem kan oplossen.

Knelpunt: geen buikleenauto of auto-aanpassing
Vóór de invoering van deWvg werden in individuele gevallen uit de AAW bruikleenauto's verstrekt. Dit ging om ongeveer 1500 auto's per jaar. Daarmee was een bedrag gemoeid van minimaal 40 miljoen gulden. Bij de invoering van de Wvg in 1994 bleef volgens de wetgever een bruikleenauto als voorziening mogelijk - een logisch gegeven omdat een bruikleenauto in bepaalde gevallen naar alle maatstaven de enig mogelijke voorziening is. Het budget voor bruikleenauto's is ook overgeheveld naar het gemeentefonds. In de praktijk verstrekken de meeste gemeenten om budgettaire redenen echter zelden of nooit een bruikleenauto. Een zeer recente uitspraak van de Centrale Raad van Beroep ondersteunt dit beleid van de gemeenten. Dat is triest, omdat juist in de afgelopen tijd in sommige gemeenten het besef groeide dat een bruikleenauto de enig passende voorziening kan zijn. Voor auto-aanpassingen geldt eenzelfde verhaal. Hierbij gaat het om een budget vancirca 25 miljoen, dat is overgeheveld naar het gemeentefonds.

De Vereniging Spierziekten Nederland wordt via zijn leden dagelijks geconfronteerd met de nijpende problemen in het vervoer van mensen met een handicap. Het is wrang dat deze problemen veelal ontstaan door verkeerde zuinigheid bij gemeenten, terwijl er juist jaarlijks honderden miljoenen guldens overblijven van het Wvg-budget - geld dat vaak in de algemene middelen vloeit.De VSN dringt er in haar brief aan de minister op aan dat de vervoerproblemen zo snel mogelijk worden aangepakt. Een aanpak in het kader van de Wvg-evaluatie,die mogelijk pas begin 1998 in het parlement wordt besproken, acht de VSN niet aanvaardbaar, zeker in het licht van de eerdere toezegging van de minister om nog vóór het zomerreces met oplossingen te komen.

Gezien de aard van de problemen ligt een landelijke aanpak van de vervoerproblematiek voor de hand. Er moeten nadere regels komen, waarin wordt vastgelegd dat mensen moeten kunnen kiezen tussen collectief en individueelvervoer, of een combinatie van beide. In de regels moet worden aangegeven op basis van welke kriteria een bruikleenauto of autoaanpassing vertrekt moet worden. Tenslotte moet worden vastgelegd dat de zorgplicht van de gemeenten niet ophoudt bij de gemeentegrens.

Terug naar overzicht