Beter vaststellen van diagnose dunnevezelneuropathie

24 juni 2026 Dr. Maurice Sopacua - Maastricht UMC+

Het Maastricht UMC+ onderzoekt op welke manieren bestaande technieken kunnen helpen het stellen van de diagnose van dunnevezelneuropathie (DVN) te verbeteren. Revalidatiearts dr. Maurice Sopacua schetst kort de laatste resultaten.

Dunnevezelneuropathie is een aandoening waarbij de dunste zenuwvezels in het lichaam niet goed werken. Dit kan leiden tot zenuwpijn en problemen met het autonome zenuwstelsel, zoals afwijkingen in zweetproductie, hartslag of spijsvertering.

Op dit moment stellen artsen de diagnose DVN op basis van de klachten van de patiënt, samen met afwijkingen in een temperatuurdrempelonderzoek en/of een huidbiopt. Bij een EMG (zenuwgeleidingsonderzoek van de dikke zenuwvezels) worden bij DVN geen afwijkingen gevonden.

Soms hebben patiënten wél duidelijke klachten die passen bij DVN, maar kunnen we dit niet aantonen met de huidige onderzoeken. Er bestaat dus nog geen echte ‘gouden standaard’ voor het stellen van deze diagnose. Daarom onderzoeken we of bestaande technieken kunnen helpen om DVN beter vast te stellen.

Microscopisch onderzoek van hoornvlies

Tijdens een cornea confocale microscopie bekeken we het hoornvlies van beide ogen met een speciale microscoop. In het hoornvlies lopen namelijk ook dunne zenuwvezels die we goed kunnen beoordelen.

Vooraf controleerde een oogarts of het hoornvlies gezond was en of er geen problemen waren met bijvoorbeeld traanproductie. Met verdovende oogdruppels is het onderzoek niet pijnlijk. Het duurde per oog maximaal twee minuten. We beoordeelden daarna de zenuwvezels op zaken zoals: lengte, dichtheid, vorm en kromming. De resultaten vergeleken we met mensen van dezelfde leeftijd en hetzelfde geslacht die geen klachten hadden. Hierdoor wisten we wat wel of niet afwijkend was.

Uit het onderzoek bleek dat deze techniek nog niet betrouwbaar genoeg is om standaard te gebruiken bij het vaststellen van DVN. Mogelijk kan het in de toekomst wél helpen bij bepaalde specifieke oorzaken van DVN, maar dat moet verder onderzocht worden.

Digitale huidrimpeltest

Bij deze test werd op acht vingertoppen een verdovende crème aangebracht. Na een half uur keken we hoeveel rimpels er in de huid waren ontstaan.

Van de vingertoppen werden vóór en na de crème foto’s gemaakt. Met een computerprogramma analyseerden we deze foto’s om te zien of mensen met DVN anders reageerden dan mensen zonder klachten.

De analyse bleek echter nog niet nauwkeurig genoeg om in de dagelijkse praktijk te gebruiken.

Nog veel onderzoek nodig

Er is nog veel onderzoek nodig om de diagnose DVN te verbeteren. Het blijft daarnaast belangrijk om goed te letten op het unieke klachtenpatroon van elke patiënt, zodat we de relatie tussen symptomen en onderzoeksresultaten beter kunnen begrijpen.

(Bron foto dr. Maurice Sopacua – website Adelante)

Laatste nieuws en ontwikkelingen

Terug naar het overzicht