Spierfonds en Spieren voor Spieren bundelen de krachten
Het Unite-CNM-onderzoek (NCT04033159) werd opgezet om een mogelijke behandeling te testen bij (jong)volwassenen met XLMTM of ADCNM maar moest worden stopgezet. Toch leverde die iets waardevols op: uitgebreide klinische, functionele en biomarkergegevens van de deelnemers van het onderzoek.
X-gebonden myotubulaire myopathie (XLMTM) en autosomaal dominante centronucleaire myopathie (ADCNM) zijn zeldzame congenitale spierziekten die worden gekenmerkt door ernstige spierzwakte en ademhalingsproblemen. De afgelopen jaren is er veel aandacht geweest voor de ontwikkeling van behandelingen tegen deze ziekten. Betrouwbare gegevens over de uitgangssituatie van patiënten zijn belangrijk om het verloop van de ziekte goed te kunnen begrijpen en om klinische onderzoeken goed voor te bereiden. Dit soort gegevens werden verzameld tijdens de screening en bij aanvang van het Unite-CNM-onderzoek.
Deelnemers kregen verschillende testen. Er werd bv. uitvraag en/of onderzoek gedaan naar:
In totaal werden 26 patiënten gescreend: 15 met een DNM2-gerelateerde aandoening en 11 met een MTM1-gerelateerde aandoening. Uiteindelijk namen 14 patiënten deel aan het onderzoek.
Uit de door patiënten gerapporteerde gegevens bleek dat slikproblemen een belangrijke klacht waren. De mate van achteruitgang van de ademfunctie verschilde tussen de groepen. Bij mensen met een DNM2-mutatie en bij vrouwen met een MTM1-mutatie was de ademfunctie wisselend verminderd. Bij mannen met MTM1 was de ademhalingsfunctie daarentegen consequent verminderd. De meetwaarden voor ademfunctie (FVC% en FEV1%) bleven relatief stabiel gedurende de follow-upperiode, die tot 78 weken duurde.
De scores op de MFM32, een meetinstrument voor motorisch functioneren bij mensen met spierziekten, waren vergelijkbaar tussen de verschillende genetische groepen en tussen mannen en vrouwen. De spierkracht die met de Myogrip-test werd gemeten, was lager dan verwacht op basis van leeftijdsnormen, maar bleef gedurende de onderzoeksperiode relatief stabiel.
Ook de afwijkingen die bij microscopisch onderzoek van het spierweefsel werden gevonden, waren in de verschillende groepen vergelijkbaar.
De biomarkeranalyses lieten verschillende afwijkingen zien bij de patiënten. Zo waren de hoeveelheden DNM2-eiwit afwijkend en was het myostatinegehalte bij patiënten verlaagd ten opzichte van normaal. Daarnaast werden specifieke afwijkingen gevonden in de waarden van creatinine, creatinekinase, cystatine C en bepaalde micro-RNA’s.
Bron: Clinical, histopathological, and biomarker characterization of XLMTM and ADCNM: Operational lessons, screening and baseline data of the Unite-CNM study – PubMed (samenvatting) Deze link opent in een nieuw tabblad en – PMC (volledig artikel) Deze link opent in een nieuw tabblad.
In een commentaar naar aanleiding van deze publicatie meldt prof. Nicol Voermans het volgende op haar LinkedIn-pagina Deze link opent in een nieuw tabblad: “Hoewel de studie uiteindelijk werd stopgezet, leverde deze iets op dat nog steeds zeer waardevol is: een gedetailleerde dataset die deze ultrazeldzame aandoeningen beschrijft op klinische, functionele, respiratorische, histopathologische en moleculaire gebieden.
Deze samenvatting kwam tot stand met behulp van AI en werd gecontroleerd door PhD-student en onderzoeker Sanne van de Camp van het Radboudumc.