Ga goed voorbereid op vakantie: neem SOS-kaartje mee en vul Medische ID in
Leverafwijkingen komen vaker voor bij mensen met CNM dan bij mensen zonder deze aandoening. Dit is relevant voor mogelijk toekomstige behandelingen, waarbij leverschade mogelijk als bijwerking kan voorkomen.
Deze studie onderzocht leverbetrokkenheid bij mensen met twee vormen van centronucleaire myopathie: X-gebonden myotubulaire myopathie (XLMTM) en autosomaal dominante centronucleaire myopathie (ADCNM). De aanleiding was het voortijdig stopzetten van een eerder medicijnonderzoek: de Unite-CNM-studie. Daarin werd een zogenoemde ‘antisense oligonucleotide’ getest, een kunstmatig stukje DNA of RNA dat zich aan RNA bindt om de expressie van (in dit geval) het DNM2-gen te verminderen. De studie werd beëindigd door zorgen over lever- en bloedafwijkingen bij sommige deelnemers.
In dit nieuwe onderzoek werden in totaal 26 volwassen patiënten gescreend: 15 met DNM2-mutaties (ADCNM) en 11 met MTM1-mutaties (XLMTM). Bij een derde van 19 onderzochte patiënten was sprake van een voorgeschiedenis van leverziekte. Hoewel slechts twee XLMTM-patiënten verhoogde leverenzymen hadden, toonden beeldvormende onderzoeken vaker afwijkingen. Leververvetting (steatose) werd vastgesteld bij drie ADCNM- en twee XLMTM-patiënten. Er werden geen aanwijzingen gevonden voor peliosis hepatis, een zeldzame maar ernstige leveraandoening die eerder met XLMTM in verband is gebracht. Bij drie XLMTM-patiënten werden verhoogde zogeheten FibroScan CAP-scores aanwezig. Dat wijst op vetophoping in de lever.
Verder werd de hoeveelheid DNM2-eiwit in leverweefsel onderzocht. Hierbij bleek dat de DNM2-expressie normaal gesproken afneemt met de leeftijd en dat kinderen met XLMTM lagere DNM2-niveaus hadden dan gezonde controles. Dit suggereert dat DNM2 mogelijk een belangrijke rol speelt in de leverfunctie.
De onderzoekers concluderen dat leverafwijkingen relatief vaak voorkomen bij zowel ADCNM als XLMTM. Deze onderliggende leverproblematiek kan invloed hebben op de veiligheid en verdraagbaarheid van toekomstige behandelingen die gericht zijn op DNM2. Daarom is zorgvuldige monitoring van de lever belangrijk bij zowel klinische studies als de reguliere behandeling van deze patiënten. Bovendien rechtvaardigen de bevindingen over DNM2-expressie verder onderzoek naar de rol van dit eiwit in de lever.
Bron: Liver function in X-linked myotubular myopathy and autosomal dominant centronuclear myopathy: Data of the unite-CNM study – PubMed (samenvatting) Deze link opent in een nieuw tabblad en – PMC (volledig artikel) Deze link opent in een nieuw tabblad.
Deze samenvatting kwam tot stand met behulp van AI en werd gecontroleerd door PhD-student en onderzoeker Sanne van de Camp in opdracht van prof dr. Nicol Voermans van het Radboudumc Expertisecentrum voor Spierziekten te Nijmegen.