MRI laat zien dat ALS niet bij iedereen hetzelfde is

29 juni 2026 Diagnosewerkgroep ALS, PSMA en PLS

ALS verloopt bij iedereen anders. Bij de één begint de ziekte in de armen of benen, bij de ander met problemen met spreken of slikken. Ook de snelheid waarmee de ziekte zich ontwikkelt verschilt. Onderzoekers van het ALS Centrum gebruiken MRI om deze verschillen beter te begrijpen.

Uit recent onderzoek blijkt dat MRI niet alleen veranderingen in de hersenen en het ruggenmerg zichtbaar kan maken, maar ook helpt om het ziekteverloop beter te volgen. Bovendien ontdekten onderzoekers dat er waarschijnlijk drie verschillende subtypes van ALS bestaan. Dat is een belangrijke stap, omdat het erop wijst dat ALS niet één ziektebeeld is, maar uit verschillende vormen bestaat.

Deze kennis kan in de toekomst helpen om behandelingen beter af te stemmen op de individuele patiënt. Ook kan MRI een belangrijke rol spelen bij onderzoek naar nieuwe medicijnen. Als onderzoekers beter weten welke patiënten op elkaar lijken, kunnen zij nauwkeuriger onderzoeken welke behandeling voor welke groep het beste werkt.

Voor mensen met ALS verandert de dagelijkse zorg hierdoor niet direct. Wel brengt dit onderzoek ons dichter bij een toekomst waarin de diagnose nauwkeuriger kan worden gesteld, het ziekteverloop beter kan worden gevolgd en behandelingen steeds persoonlijker worden.

Lees meer over ALS en MRI’s in onderstaande artikelen.

Nieuwe subtypes van ALS ontdekt met MRIOpent in een nieuwe tab: Deze link opent in een nieuw tabblad

MRI als methode om ALS in beeld te brengenOpent in een nieuwe tab: Deze link opent in een nieuw tabblad

Laatste nieuws en ontwikkelingen

Terug naar het overzicht