Omgaan met bijwerkingen van IVIg en SCIg

10 september 2026 Michelle Greer, in IG Living, augustus-september 2026, IGLiving.com. Vertaling en bewerking: Patricia Blomkwist, geassisteerd door ChatGPT

Een behandeling met immunoglobuline (Ig) kan voor veel mensen hun leven enorm veranderen. Voor sommige mensen is de behandeling zelfs noodzakelijk om in leven te blijven. Vaak is het een behandeling die langdurig of levenslang wordt gebruikt. Daarom is het belangrijk om te weten welke bijwerkingen kunnen optreden en hoe je daar goed mee om kunt gaan. Bijwerkingen zijn soms te voorkomen. Als ze toch optreden, kunnen ze meestal goed worden behandeld. Zelfs als bijwerkingen ernstig zijn, betekent dat niet automatisch dat de behandeling moet worden gestopt. Vaak is een aanpassing van de behandeling of een andere aanpak van de bijwerking voldoende. 

Bijwerkingen van IVIg

Bijwerkingen van intraveneuze immunoglobuline (IVIg = toediening van Ig via een infuus) zijn te verwachten. Ig bestaat namelijk uit menselijke antistoffen die een reactie van het afweersysteem kunnen veroorzaken. Daarom moet een Ig-infuus langzaam worden gestart. Als blijkt dat iemand het infuus goed verdraagt, kan de snelheid geleidelijk worden verhoogd. Tijdens het infuus moet er altijd een verpleegkundige bij de patiënt zijn. Dat is in Nederland niet altijd vereist.

Bijwerkingen kunnen afzonderlijk of tegelijk optreden. Ze kunnen worden verdeeld in drie groepen:

  • mild
  • matig
  • ernstig

Milde bijwerkingen van IVIg

Milde bijwerkingen ontstaan meestal tijdens of na het infuus en kunnen enkele dagen aanhouden. Voorbeelden zijn:

  • hoofdpijn van 1 tot 4 op een pijnschaal van 0 tot 10;
  • lichte misselijkheid;
  • algemene vermoeidheid;
  • griepachtige klachten;
  • diarree;
  • lichte koorts, lager dan 38,3 °C;
  • spierpijn;
  • lichte huiduitslag;
  • veranderingen in de bloeddruk.

Deze bijwerkingen worden meestal als normaal beschouwd. Er zijn verschillende manieren om ze te verminderen. Zo kunnen vóór het infuus medicijnen worden gegeven, zoals paracetamol en antihistaminica (medicijnen tegen allergische reacties).

Ook voldoende drinken is belangrijk, behalve als dit om medische redenen niet mag. Het is belangrijk om vóór, tijdens en na het infuus voldoende vocht binnen te krijgen.

Als deze bijwerkingen optreden, moet dit tijdens het infuus aan de verpleegkundige worden verteld. De verpleegkundige kan dan bijvoorbeeld het infuus tijdelijk stoppen of langzamer laten lopen. Soms worden medicijnen die vooraf zijn gegeven opnieuw toegediend.

Ook voldoende rust vóór en na het infuus kan helpen.

Deze bijwerkingen hoeven meestal niet met de behandelend arts (neuroloog) te worden besproken. Vaak kan de verpleegkundige of andere zorgverlener die het infuus begeleidt, deze klachten behandelen.

Matige bijwerkingen

Matige bijwerkingen zijn wat ernstiger. Voorbeelden zijn:

  • hoofdpijn van 5 tot 7 op een pijnschaal van 0 tot 10, die langer dan 24 uur duurt;
  • misselijkheid en braken;
  • diarree die langer dan 24 uur duurt;
  • huiduitslag die langer dan 24 uur duurt, of netelroos;
  • ernstige vermoeidheid waardoor dagelijkse activiteiten moeilijk worden;
  • koorts van 38,3 °C of hoger.

Bij deze bijwerkingen, die niet direct te verwachten zijn, kan het nodig zijn om het behandelplan aan te passen.

Dit betekent niet automatisch dat het Ig-infuus moet worden gestopt. De verpleegkundige kan eerst andere mogelijkheden bekijken, bijvoorbeeld:

  • extra medicijnen vóór het infuus;
  • extra vocht via een infuus;
  • de snelheid van het infuus aanpassen;
  • de totale duur van het infuus veranderen;
  • eventueel overstappen op een ander merk Ig.

Deze bijwerkingen moeten wél met de behandelend arts (neuroloog) worden besproken. Voor sommige aanpassingen is toestemming en een voorschrift van de arts nodig. Bij het overstappen naar een ander merk kan ook een nieuw recept en toestemming van de zorgverzekeraar nodig zijn.

Ernstige bijwerkingen

Ernstige bijwerkingen hebben meestal direct medische aandacht nodig. Elk merk Ig heeft een zogenaamde black-box-waarschuwing. Dit is een waarschuwing voor mogelijk ernstige risico’s. Hierbij wordt onder andere gewaarschuwd voor:

  • trombose (een bloedstolsel);
  • problemen met de nierfunctie;
  • acuut nierfalen.

Deze reacties zijn zeldzaam, maar kunnen ernstig zijn.

Bij het starten van een nieuw medicijn moet ook altijd rekening worden gehouden met een ernstige allergische reactie of anafylaxie. Anafylaxie is een plotselinge, ernstige allergische reactie die levensgevaarlijk kan zijn.

Een zeer ernstige hoofdpijn, meer dan 8 op een pijnschaal van 0 tot 10, mogelijk met:

  • een stijve nek,
  • ernstige misselijkheid en/of braken,
  • veranderingen in het gezichtsvermogen,

kan wijzen op aseptische meningitis. Dit is een ontsteking en zwelling van de hersenvliezen (de beschermende lagen rond de hersenen) die niet door een ziekteverwekker wordt veroorzaakt.

Ernstige reacties proberen te voorkomen

Voorafgaand aan een infuus kunnen verschillende maatregelen worden genomen om de kans op een ernstige reactie te verkleinen.

De apotheker die verantwoordelijk is voor de infuusbehandeling moet het medisch dossier bekijken. Zo kan worden nagegaan of er factoren zijn waar aandacht aan besteed moet worden om een ernstige bijwerking te voorkomen.

Daarbij kan worden gekeken naar:

  • eerdere behandeling met IVIg;
  • bekende allergieën;
  • eerdere ziekten en medische diagnoses die de kans op trombose kunnen verhogen;
  • lengte, gewicht en BMI (een maat voor het lichaamsgewicht in verhouding tot de lengte);
  • eerdere migraine;
  • roken en alcoholgebruik;
  • andere medische factoren die belangrijk kunnen zijn bij het inschatten van het risico op een reactie.

Maatregelen die dan genomen kunnen worden zijn:

  • Bij ieder infuus moet een anafylaxiekit aanwezig zijn, ongeacht waar het infuus wordt gegeven: thuis of in een ziekenhuis.
  • De dosering kan zo nodig worden aangepast op basis van het aangepaste lichaamsgewicht. Omdat immunoglobuline wordt gedoseerd op basis van gewicht, kan bij iemand met een hogere BMI soms een lagere dosis worden gebruikt. Deze kan even goed werken en mogelijk minder bijwerkingen geven.
  • Eerdere IVIg-behandelingen en eerdere bijwerkingen moeten worden vastgelegd. Dit kan helpen om in te schatten hoe iemand toekomstige infusen zal verdragen.
  • Ook beweging en leefstijl kunnen een rol spelen. Weinig bewegen of roken kan bijvoorbeeld de kans op trombose verhogen.
  • Medicijnen die vooraf worden gegeven kunnen helpen, bijvoorbeeld medicijnen tegen hoge bloeddruk, bloedverdunners of medicijnen tegen migraine.
  • De juiste dosering van de huidige medicijnen kan worden gecontroleerd. Soms kan de arts extra vocht via een infuus of corticosteroïden voorschrijven om bijwerkingen te verminderen.

Voldoende vocht, een goede opbouw van de infuussnelheid en een verpleegkundige die goed is opgeleid in IVIg zijn belangrijk voor een goed verdragen infuus.

Ook een zorgvuldige controle door de apotheek en goede samenwerking met de behandelend arts zijn belangrijk.

Mogelijke reacties bij immunoglobuline-infuus

Reactie: zwelling/verharding

  • Symptomen: een kleine zwelling ter grootte van een ei of een harde plek met een kuiltje.
  • Duur/maatregelen: verdwijnt wanneer het vocht wordt opgenomen. Een beetje lopen of een warm kompres kan helpen.

Reactie: roodheid

  • Symptomen: een roze of rode plek rond de naald, die vaak warm aanvoelt.
  • Duur/maatregelen: verdwijnt meestal binnen 24–72 uur. Gebruik eventueel andere tape als de roodheid door gevoeligheid voor de pleister ontstaat.

Reactie: jeuk

  • Symptomen: Van lichte tot matige jeuk, vergelijkbaar met een muggenbeet
  • Duur/maatregelen: Verdwijnt meestal snel. Het langzamer laten lopen van het infuus kan helpen.

Reactie: Pijn of druk

  • Symptomen: Lichte gevoeligheid of een strak gevoel op de infuusplaats
  • Duur/maatregelen: De pijn of druk hoort niet voortdurend aanwezig te zijn. Een koud kompres kan helpen.

Reactie: ernstig/onverwacht

  • Symptomen: Blaarvorming, zeer hevige pijn of roodheid die zich uitbreidt
  • Duur/maatregelen: Stop het infuus en neem onmiddellijk contact op met een zorgverlener.

Bijwerkingen van SCIg

Subcutane immunoglobuline (SCIg) is een behandeling waarbij de immunoglobuline wordt toegediend onder de huid door middel van kleine naaldjes.

Bij SCIg komen veel bijwerkingen die bij IVIg kunnen optreden, veel minder voor. Dat komt doordat het medicijn bij SCIg langzamer wordt opgenomen.

Onbeheersbare en/of ernstige bijwerkingen van IVIg zijn een belangrijke reden waarom sommige mensen overstappen op SCIg.

Een goede SCIg-behandeling hangt voor een groot deel af van de juiste infuustechniek. Een ervaren verpleegkundige leert patiënten hoe zij de behandeling uiteindelijk zelfstandig kunnen uitvoeren.

Ongemak op de plek van de SCIg-naalden verminderen

Wissel de infuusplaatsen af

Wissel tussen verschillende plaatsen, bijvoorbeeld de dijen, buik of bovenarmen. Zo voorkom je dat de huid beschadigd, dik of verhard raakt. Dit zorgt ook voor een betere opname van het medicijn.

Gebruik warmte of kou

Gebruik koude kompressen om zwelling en jeuk te verminderen. Een warm kompres kan helpen om het vocht sneller te laten opnemen. Wikkel een kompres altijd in een doek. Leg het nooit rechtstreeks op de blote huid.

Pas de infuussnelheid aan

Als je voortdurend pijn hebt of veel jeuk krijgt, kan het helpen om het infuus langzamer te laten lopen. Je kunt ook de hoeveelheid vloeistof over meer infuusplaatsen verdelen.

Infuusplaatsen

Reacties op de infuusplaatsen zijn de belangrijkste bijwerking van SCIg.

Deze reacties zijn gebruikelijk en te verwachten. Het soort naalden, de lengte van de naalden en de plaatsen waar de naalden worden ingebracht, kunnen wel veel verschil maken in de ernst van de reactie.

Bij het kiezen van de juiste lengte en dikte van de naalden wordt ook gekeken naar de patiënt, namelijk diens:

  • lengte;
  • gewicht;
  • BMI.

Er zijn verschillende soorten naalden beschikbaar. Daarmee kan ervoor worden gezorgd dat het uiteinde van de naald goed in de ruimte onder de huid terechtkomt. Als de naald niet goed wordt geplaatst, kunnen de gebruikelijke reacties op de infuusplaatsen veel ernstiger worden.

De naald maakt deel uit van een set met een plaatje dat tegen de huid ligt. Aan de naald zit een kort stukje slang dat is verbonden met een langere slang.

Bij sommige mensen kan de lijm van de pleister huidirritatie veroorzaken. Voor mensen die gevoelig zijn voor lijm kunnen daarom andere soorten naaldsets worden gebruikt.

Waar kan SCIg worden toegediend?

Geschikte plaatsen voor SCIg zijn:

  • de buik, waarbij het gebied rond de navel wordt vermeden;
  • de voorkant van de dijen;
  • de achterkant van de bovenarmen (minder geschikt).

Omdat meestal meerdere plaatsen tegelijk worden gebruikt, moeten deze minstens ongeveer 5 centimeter uit elkaar liggen.
Plaats de naalden niet in de buurt van:

  • littekens;
  • blauwe plekken;
  • spataderen;
  • andere beschadigingen van de huid.

De plaatsen moeten regelmatig worden afgewisseld.

De naald inbrengen

De naald moet in een droge huid worden ingebracht. Dit betekent dat wanneer de slang met immunoglobuline wordt gevuld, het vullen moet stoppen voordat het medicijn uit de naald komt en de punt van de naald nat wordt. Zo wordt extra irritatie van de huid tijdens het inbrengen van de naald voorkomen.

Er zijn verschillende merken SCIg verkrijgbaar. De concentratie van deze producten ligt tussen 10% en 20%.

Hoewel de meeste bijwerkingen die bij IVIg voorkomen bij SCIg beduidend minder zijn of helemaal niet voorkomen, kan hoofdpijn nog steeds optreden. Daarom blijft voldoende drinken belangrijk.

Bij zwelling en irritatie op de infuusplaatsen kunnen kompressen helpen.

  • Koude kompressen zijn vooral geschikt om zwelling, roodheid en jeuk tegen te gaan. Ze kunnen ook een branderig gevoel verminderen.
  • Warme kompressen kunnen helpen tegen pijn, stijfheid en het hard aanvoelen van de huid.

Gefaciliteerde SCIg (fSCIg)

De gefaciliteerde SCIG is een andere vorm van behandeling met Ig via onderhuidse toediening.
Deze behandeling hoeft minder vaak worden gegeven en er kan per keer een grotere hoeveelheid vloeistof worden toegediend. Eerst wordt hyaluronidase in de ruimte onder de huid toegediend. Dit enzym helpt de opname van grotere hoeveelheden vloeistof.

Reactie en plaats toediening)

Door de grotere hoeveelheid vloeistof kan er in het begin meer zwelling ontstaan. Deze zwelling neemt af wanneer het vocht volledig is opgenomen.
fSCIg kan alleen in de buik en dijen worden toegediend. Meestal wordt hiervoor de buik gebruikt.

Verwachte en normale bijwerkingen IVIg, SCIg en fSCIg

Kort gezegd zijn bijwerkingen bij IVIg, SCIg en fSCIg te verwachten en meestal normaal.

De belangrijkste manieren om hiermee om te gaan zijn:

  • goede uitleg over de behandeling;
  • goed voorbereid zijn;
  • bijwerkingen herkennen;
  • de bijwerkingen behandelen wanneer ze optreden.

Deskundige artsen, verpleegkundigen en apothekers die samenwerken zijn belangrijk om ervoor te zorgen dat infusen goed worden verdragen.

 

Michelle Greer, is senior vice-president bij een gespecialiseerd bedrijf voor infuusbehandelingen.

Laatste nieuws en ontwikkelingen

Terug naar het overzicht