Hulp bij het huishouden

Hulp bij het huishouden

Uw huis aan kant, het wasgoed fris in de kast, de boodschappen in huis, kleine klusjes gedaan en de boel schoon en op orde: voorwaarden voor zelfstandig wonen. Lukt het u door uw handicap of ziekte niet om dit allemaal zelf te doen, is er niemand in uw omgeving die het kan of wil overnemen en ziet u geen kans om zelf hulp te regelen, klop dan aan bij de gemeente, loket Wmo.

De regels voor de verstrekking van hulp bij het huishouden zijn met ingang van 2015 ingrijpend veranderd. Als u een aanvraag doet voor hulp, dan volgt er een gesprek met een medewerker van de gemeente - het keukentafelgesprek. In dat gesprek gaat het niet alleen over hulp bij het huishouden, maar kunnen ook andere zaken aan de orde komen waar u mogelijk hulp bij nodig hebt. De gemeente mag geen beslissing nemen over de verstrekking van hulp bij het huishouden zonder grondig onderzoek. De gemeente mag dus niet uw aanvraag zonder meer afwijzen, met als argument dat men 'nu eenmaal geen hulp bij het huishouden verstrekt'.

Het keukentafelgesprek

In het gesprek volgt de medewerker van de gemeente altijd de volgende lijn.

  • De eerste vraag is of u inderdaad hulp bij het huishouden nodig hebt. Hoe zit uw situatie eruit? Waar loopt het spaak? Wat kunt u daar zelf aan doen? Welke taken kunnen andere gezinsleden overnemen? Zijn er mensen in uw omgeving die een deel van uw huishoudelijke taken op zich willen nemen? Pas als dat allemaal onvoldoende is, komt u mogelijk in aanmerking voor huishoudelijke hulp van de gemeente.
  • De volgende vraag is of u die hulp zelf kunt regelen en betalen. Denk aan particuliere poetshulp, de bezorgdienst van de supermarkt of particuliere hulp van een thuiszorginstelling. Kunt u deze hulp wel zelf regelen maar niet zelf betalen, dan kan de gemeente ervoor kiezen om u een financiële tegemoetkoming geven.
  • Is het duidelijk dat u inderdaad hulp bij het huishouden nodig hebt en dat u die niet zelf kunt regelen en betalen, dan bespreekt de medewerker van de gemeente eerst met u de mogelijkheden om gebruik te maken van zogenoemde 'algemene voorzieningen'. Denk hierbij aan maaltijdvoorziening aan huis of aan hulp door vrijwilligers.
  • Pas als ook deze 'algemene voorzieningen' niet voldoen om ervoor te zorgen dat u zelfstandig, thuis kunt blijven wonen, komt u in aanmerking voor een 'maatwerkvoorziening'.

Poetshulp of begeleiding

Een maatwerkvoorziening kan eenvoudige schoonmaakhulp zijn (alfahulp, huishoudelijke hulp 1). Deze vorm van hulp zal door de gemeente nog maar zelden worden verstrekt -  poetshulp is overal te krijgen, zo is de redenering, en mensen die er het geld niet voor hebben, kunnen bij de gemeente terecht voor een financiële tegemoetkoming.

Voor de jaren 2015 en 2016 geldt een iets ruimere regeling voor huishoudelijke hulp. Veel gemeenten hebben extra geld gevraagd en gekregen van de Rijksoverheid, om de overgang naar de nieuwe regels van de Wmo te verzachten. Ze gebruiken dat extra geld voor de zogenoemde huishoudelijke hulp toelage (HHT). De HHT is beschikbaar voor mensen die al huishoudelijke hulp krijgen via de gemeente, voor mantelzorgers die een ziek gezinslid thuis verzorgen en voor mensen ouder dan zeventig jaar. Helaas doen niet alle gemeenten mee met deze regeling. De gemeente kan bovendien zelf regels stellen voor de verstrekking van deze extra huishoudelijke hulp. Vraag dus bij uw gemeente of bij het sociale wijkteam naar de mogelijkheden.

Een maatwerkvoorziening kan ook bestaan uit hulp, advies en begeleiding bij het organiseren van uw huishouden (huishoudelijke hulp 2 of ook wel huishoudelijke zorg). Deze vorm van hulp is vooral aan de orde als u minder zelfredzaam bent en een steuntje in de rug kunt gebruiken bij het op orde houden van uw huishouden.

  • U kunt een maatwerkvoorziening in natura krijgen via een instelling voor thuiszorg. U kunt in dat geval kiezen uit de aanbieders waar de gemeente een overeenkomst mee heeft gesloten. Uw gemeente kan u vertellen welke aanbieders dat zijn.
  • U kunt ook kiezen voor een persoonsgebonden budget. Lees meer over het persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden.

Eigen bijdrage

De gemeente mag een eigen bijdrage vragen voor hulp bij het huishouden. Die eigen bijdrage is afhankelijk van uw inkomen, de hoeveelheid hulp die u krijgt en de samenstelling van uw gezin. U krijgt voor deze eigen bijdrage een factuur van het CAK. Ook als u kiest voor een persoonsgebonden budget. Lees meer over de eigen bijdrage voor hulp bij het huishouden.

Combinatie met langdurige zorg

Hebt u een indicatie voor langdurige, intensieve zorg, afgegeven door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)? En hebt u ervoor gekozen om niet opgenomen te worden in een instelling maar thuis te blijven wonen? Dan zijn er verschillende situaties mogelijk.

  • Is uw indicatie omgezet in een volledig pakket thuis (VPT), dan is er in dat volledige pakket al rekening gehouden met uw behoefte aan hulp bij het huishouden. U kunt in dat geval dus geen beroep meer doen op de gemeente. Krijgt u zorg in natura, dan zal de instelling ook hulp bij het huishouden moeten leveren. Krijgt u een persoonsgebonden budget, dan zult u van dit budget ook hulp bij het huishouden moeten inkopen.
  • Is uw indicatie omgezet in een modulair pakket thuis (MPT, omzetting van een zorgzwaartepakket in een indicatie in functies en klassen), dan is daarbij geen rekening gehouden met uw behoefte aan hulp bij het huishouden. U kunt in dat geval dus wél een beroep doen op de gemeente. De gemeente zal u net zo behandelen als alle andere aanvragers. Dat betekent dat de gemeente eerst gaat kijken wat u zelf kunt regelen en daarna pas komt met een aanbod - bij voorkeur een algemene voorziening en alleen als het echt niet anders kan een maatwerkvoorziening. Alleen in dat laatste geval kunt u kiezen voor een persoonsgebonden budget voor deze hulp bij het huishouden.