Langdurige, intensieve zorg

Langdurige, intensieve zorg wil zeggen dat er permanent iemand bij u in de buurt moet zijn die zo nodig zorg of hulp kan verlenen. Officieel heet dit: de 'noodzaak van permanent toezicht of vierentwintig uur per dag zorg in de nabijheid'. Hebt u deze intensieve zorg nodig, dan wordt die geregeld door het zorgkantoor op basis van de Wet langdurige zorg (Wlz). Langdurige, intensieve zorg is zowel beschikbaar voor volwassenen als voor kinderen.

Indicatiestelling

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) bepaalt of u of uw kind in aanmerking komt voor langdurige, intensieve zorg. U kunt zelf een indicatie aanvragen bij het CIZ. U hebt hiervoor geen verwijzing nodig.
Lees verder over de indicatiestelling.

Keuze: thuis of in een instelling

Hebt u een indicatie voor langdurige, intensieve zorg, dan kunt u kiezen voor opname in een instelling. Maar u kunt ook thuis blijven wonen en de zorg daar geleverd krijgen.

  • Langdurige, intensieve zorg kan bij u thuis geleverd worden. Dat moet dan wel verantwoord zijn. Het zorgkantoor beoordeelt of dat zo is. Zo ja, dan maakt u mogelijk ook aanspraak op zogenoemde 'meerzorg' en op persoonlijke assistentie. Met een indicatie voor langdurige, intensieve zorg kunt u namelijk niet meer bij de gemeente aankloppen voor (aanvullende) huishoudelijke hulp. Blijft u thuis wonen, dan kunt u de zorg ook zelf inkopen, met een persoonsgebonden budget. 
    Lees verder over thuis wonen met intensieve zorg.

Geen langdurige, intensieve zorg

Uit de indicatiestelling kan blijken dat u geen aanspraak maakt op langdurige, intensieve zorg, maar dat u wel een aantal uren per week verpleging of verzorging thuis nodig hebt. U wordt dan doorverwezen naar de wijkverpleging. Meer over verpleging en verzorging leest u op de themapagina Wijkverpleging.

Eigen bijdrage

U betaalt een eigen bijdrage voor langdurige, intensieve zorg. Krijgt u de zorg thuis geleverd, dan geldt een lagere eigen bijdrage. De eigen bijdrage voor verblijf in een instelling kan zo hoog oplopen dat u niet meer overhoudt dan zak- en kleedgeld. Hebt u spaargeld of ander vermogen? Dan moet u dat ook aanspreken.
Lees verder over de eigen bijdrage voor langdurige zorg.