Parkeren

Maak je vanwege je handicap of ziekte als bestuurder gebruik van een auto, dan moet je die kunnen parkeren vlak bij de plaats van bestemming. Anders heb je alsnog een probleem: hoe kom ik van de parkeerplaats naar de ingang of de voordeur? Gehandicaptenparkeerkaarten en gehandicaptenparkeerplaatsen helpen dit probleem op te lossen.

Gehandicaptenparkeerkaarten

Er zijn drie soorten gehandicaptenparkeerkaarten: voor bestuurders, voor passagiers en voor instellingen. De kaart voor een bestuurder kan gecombineerd worden met de kaart voor een passagier.
In drie situaties heb je recht op een gehandicaptenparkeerkaart.

  1. Als je te maken hebt met een langdurige loopbeperking, waardoor je zelfs met loophulpmiddelen niet meer dan honderd meter aan een stuk kunt overbruggen.
  2. Als je langdurig gebruikmaakt van een rolstoel.
  3. Als je te maken hebt met andere langdurige en ernstige beperkingen die het gebruik van een gehandicaptenparkeerkaart noodzakelijk maken.

Persoonsgebonden parkeerkaart

De gehandicaptenparkeerkaart is persoonsgebonden. Je kunt de kaart gebruiken in de eigen auto, maar ook in andere auto’s. Een gehandicaptenparkeerkaart geeft de volgende voordelen:

  • je mag parkeren op alle algemene gehandicaptenparkeerplaatsen;
  • op parkeerplaatsen met een beperkte parkeerduur (bijvoorbeeld maximaal een half uur) mag je drie uur blijven staan. Gebruik daarbij wel een parkeerschijf om aan te geven wanneer je bent gekomen;
  • je mag parkeren waar voor anderen een parkeerverbod geldt, gemarkeerd met een gele streep langs het trottoir, met een parkeerverbodsbord (E1) of buiten de aangegeven parkeervakken. Maar dat mag alleen als je daarmee het andere verkeer niet hindert of in gevaar brengt. Je mag bijvoorbeeld nooit parkeren binnen vijf meter van een kruising of pal voor een inrit;
  • in ongeveer de helft van de gemeenten geldt betaald parkeren niet voor jou. In de andere helft dus wel. Meestal wordt dat niet ter plekke aangegeven.

Parkeerkaarten zijn in dichtbevolkte gebieden zeer gewild en worden nogal eens gestolen. Voor parkeerkaarten bestaan speciale kaartkluisjes ter bescherming tegen diefstal.

Parkeerkaart aanvragen

Een gehandicaptenparkeerkaart vraag je aan bij de gemeente. Meestal wordt de kaart afgegeven voor een periode van vijf jaar. Een medisch onderzoek maakt verplicht deel uit van de aanvraagprocedure, tenzij uit eerder onderzoek al is komen vast te staan dat je inderdaad aan de criteria voldoet. Veel gemeenten brengen kosten in rekening voor de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart en voor de medische keuring.

Gehandicaptenparkeerplaatsen

Gehandicaptenparkeerplaatsen worden aangegeven door een blauw bordje met een witte P en een wit rolstoelpictogram. Vaak is er ook nog een wit kruis of een rolstoelsymbool op het wegdek aangebracht.

Gaat het om een algemene gehandicaptenparkeerplaats, dan mag iedereen met een gehandicaptenparkeerkaart hier parkeren. Gaat het om een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken (met een onderbordje), dan mag alleen de auto met dat kenteken hier parkeren.

Sommige gehandicaptenparkeerplaatsen (met of zonder kentekenaanduiding) gelden alleen op bepaalde dagen en tijden. Dat staat er dan bij met een extra onderbordje. Buiten de aangegeven dagen en tijden mag iedereen hier parkeren.

Parkeerplaats op kenteken

In veel woonwijken en bij veel bedrijven staan zo veel auto’s dat je regelmatig te ver van de ingang of voordeur moet parkeren. Als je slecht ter been bent of gebruikmaakt van een rolstoel is dat een probleem. Vraag in dat geval een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken aan, bij de gemeente. Dat kan overigens alleen als je de bestuurder bent van de auto. Het idee is dat passagiers met een handicap voor de voordeur afgezet kunnen worden, waarna de niet-gehandicapte bestuurder een parkeerplaats verderop kan zoeken.
De meeste gemeenten brengen kosten in rekening voor het aanvragen (leges) en inrichten van de gehandicaptenparkeerplaats.

Meer informatie