Behandeling
CIDP is meestal goed te behandelen, ook bij kinderen. Er zijn drie behandelvormen die goed kunnen werken. De behandeling richt zich op het remmen van de ontsteking, zodat de zenuwen langzaam kunnen herstellen. Niet iedereen reageert hetzelfde op een behandeling. Spierzwakte verbetert vaak beter dan gevoelsklachten. Soms is langdurige behandeling nodig om de klachten onder controle te houden.
Om de spieren sterk te houden, helpt fysiotherapie. Daarmee kun je het beste vroeg beginnen, om stijfheid en spierverlies te voorkomen.
De drie belangrijkste behandelvormen zijn:
1. Corticosteroïden (prednison)
Deze medicijnen remmen de ontsteking. Ongeveer 8 van de 10 mensen met CIDP heeft er baat bij. Ze worden als tabletten gegeven, dagelijks of in korte kuren. De medicijnen werken goed, maar kunnen bijwerkingen geven. Als de klachten terugkomen, kan een nieuwe kuur nodig zijn.
2. Immuunglobuline (IVIg of scIgG)
Dit zijn afweerstoffen die via een infuus worden toegediend. De behandeling helpt bij de meeste mensen en heeft minder bijwerkingen dan prednison. De infusen moeten wel regelmatig worden herhaald, bijvoorbeeld eens in de drie weken. Sommige mensen kunnen het medicijn later zelf toedienen via een onderhuids infuus. Immuunglobuline onderdrukt de klachten, maar geneest CIDP niet helemaal.
3. Plasmaferese
Bij deze behandeling wordt het bloed door een machine geleid. Daarbij worden schadelijke afweerstoffen uit het bloed verwijderd. De behandeling werkt tijdelijk (ongeveer twee tot drie weken) en is vrij ingrijpend. Daarom wordt ze minder vaak toegepast.
Samen beslissen over behandeling
Samen met je neuroloog bespreek je welke behandeling het beste bij je past. Soms moet eerst worden uitgeprobeerd welke behandeling het beste werkt. De behandeling kan later ook weer worden aangepast.