Behandeling
De arts kan medicijnen voorschrijven voor MMN. Omdat het afweersysteem waarschijnlijk een rol speelt bij MMN, richt de behandeling zich hierop. De belangrijkste behandeling is immuunglobuline. Deze behandeling heeft bij ongeveer 85% van de mensen met MMN een redelijk effect. Hoeveel iemand nodig heeft, verschilt per persoon. Immuunglobuline werkt meestal tijdelijk. Daarom krijgen veel mensen een onderhoudsbehandeling. De eerste behandeling gebeurt bij voorkeur in een ziekenhuis waar ze ervaring hebben met het geven van de behandeling. Daar kan de arts goed beoordelen of de behandeling helpt.
IVIg en sclgG
Immuunglobuline kan via een infuus in een ader worden gegeven. Dit heet IVIg (intraveneus immunoglobuline). Bij een goede reactie is ook een andere vorm mogelijk. Dan dient iemand immuunglobuline zelf toe via een onderhuids infuus. Dit gebeurt één tot twee keer per week. Deze vorm heet sclgG (subcutane immunoglobuline).
Wat niet helpt
Alleen immuunglobuline is bewezen effectief bij MMN. Prednison lijkt niet te helpen en kan zelfs de spierzwakte erger maken.
Bewegen en fysiotherapie
Naast medicijnen hebben veel mensen baat bij bewegen. Vaak gebeurt dit onder begeleiding van een fysiotherapeut. Mensen met MMN hebben meestal minder spierkracht dan anderen. Daarom is het belangrijk om niet te zwaar te trainen. Als je langer dan 48 uur na de inspanning spierpijn krijgt, dan is de training waarschijnlijk te zwaar geweest.