Lacosamide als pijnbestrijding bij DVN

Door: MUMC/Erik van Uden

In februari zijn de resultaten van de LENSS-studie gepubliceerd in het tijdschrift Brain. In deze studie is het effect bepaald van het medicijn lacosamide bij de behandeling van een erfelijke vorm van DVN.

Lacosamide is een medicijn dat op dit moment wordt gebruikt voor de behandeling van epilepsie. Het werkt op bepaalde zoutkanalen (de natriumkanalen), die zich onder andere in de dunne zenuwvezels bevinden en hierin verantwoordelijk zijn voor het doorgeven van prikkels, zoals pijn. Aan de studie hebben patiënten met dunnevezelneuropathie op basis van een verandering in het erfelijk materiaal (een verandering in het SCN9A-gen) deelgenomen. Deze verandering zorgt ervoor dat de natriumkanalen overactief zijn, wat tot klachten leidt. De patiënten kregen een periode het echte medicijn (lacosamide) en een andere periode een pil zonder werking (placebo), om het effect te kunnen vergelijken.

Lacosamide verminderde niet alleen de pijn, maar had ook een positief effect had op het algemeen welbevinden, de invloed van pijn op slaap en op de intense oppervlakkige pijn. Dit in vergelijking met de placebo. Daarnaast was het medicijn veilig om te gebruiken en werd het goed verdragen. Dit gold zowel voor de patiënten die de lacosamide in combinatie met andere pijnmedicatie gebruikten als voor de patiënten die alleen met lacosamide behandeld werden.
Lacosamide kan dus een goede behandelingsmogelijkheid zijn voor patiënten met dunnevezelneuropathie met een verandering in het SCN9A-gen. Men vermoedt dat het medicijn ook voor andere patiënten met dunnevezelneuropathie zou kunnen werken, maar om dit vast te stellen is nader onderzoek nodig.

Patiënten die willen weten of lacosamide ook voor hen een behandeloptie is, worden verwezen naar hun eigen hoofdbehandelaar. Zo nodig kan de hoofdbehandelaar met het DVN-expertisecentrum in het Maastricht UMC+ contact opnemen voor overleg.

Terug naar overzicht