Sporten en bewegen, mét een spierziekte

Sporten en bewegen, mét een spierziekte: ontdek wat er mogelijk is!

Bewegen is voor iedereen goed, of je een spierziekte hebt of niet. Door voldoende lichaamsbeweging blijf je langer fit, raak je minder snel vermoeid en kun je bepaalde ziektes voorkomen. Veel mensen met een spierziekte zijn lichamelijk beperkt of zijn snel moe. Is bewegen dan ook goed? Of bestaat de kans dat je dan (meer) schade aanricht?
Er blijkt veel te kunnen!

Basisregels

Welke beperking je ook hebt, probeer altijd te blijven bewegen. Basisregel: een half uur per dag bewegen en drie keer per week (aangepast) trainen. Bepaal je eigen boven- en ondergrens en houd je daaraan. Dat is niet altijd makkelijk: de boven- en ondergrens liggen soms dicht bij elkaar.
Alle bewegingen die iemand in het dagelijks leven maakt, in en om het huis, naar het werk of bij vrijetijdsbesteding, tellen mee. Je bovengrens is bereikt als je door het sporten je dagelijkse activiteiten niet uit kunt voeren.

Nicole Voet, revalidatiearts in revalidatiecentrum Klimmendaal en aan het Radboudumc: ‘Ik vergelijk het altijd met de wielrenners in de Tour de France. Die hebben het makkelijker: ze zetten topprestaties neer, maar ze hoeven zich ook nergens anders mee bezig te houden dan met fietsen.’

Aan de slag

Het is nooit te laat om met trainen, sporten en bewegen te beginnen. Wie aan de slag gaat, doet er goed aan om dat eerst onder begeleiding te doen van bijvoorbeeld een ervaren fysiotherapeut. Die kan een trainingsopbouw voorstellen waarbij je op een laag niveau begint en er langzaam maar zeker steeds een schepje bovenop doet. Bij een goede begeleiding is er ook aandacht voor ‘probleemgebieden’ die gevoelig zijn voor overbelasting. Hard van stapel lopen is nooit aan te raden, want dan kun je overtraind raken. Ben je op de goede weg, dan kun je prima op eigen houtje verder trainen.
Neem ook de tijd om te herstellen.

Nicole Voet: ‘Fitnesstrainingen waarbij in korte tijd met veel kracht wordt gewerkt, zijn populair. Veel mensen raken daardoor overbelast en niet iedereen herstelt daar even goed van. Voorzichtig starten is daarom van belang.’