Coronavaccinatie

Wel of niet vaccineren?

Coronavaccins helpen het risico op ziekenhuis- en IC-opname door corona drastisch te verminderen, ook als je een spierziekte hebt.  Het advies van spierziektespecialisten is dan ook: laat je vaccineren. Het maakt voor dat advies niet uit of je afweeronderdrukkende medicijnen gebruikt of niet.

Uitgebreide informatie over de coronavaccins en aandachtspunten bij enkele specifieke spierziekten staan in de (Nederlandstalige) publicatie van de World Muscle Society. Ook internationale experts stellen dat er geen aanwijzingen zijn om vaccinatie bij spierziekten af te raden. De belangrijkste punten uit het document staan verwerkt in onderstaande tekst.

Kijk ook eens op de Vragen & antwoorden-pagina elders op deze site voor antwoorden op vragen als 'Welk vaccin moet ik nemen?' Algemene vragen over de coronavaccins worden beantwoord op de site van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Microbiologie.

Bijwerkingen

Informatie over veiligheid van coronavaccins is te vinden op de website van de Rijksoverheid. Ervaar je zelf een bijwerking die al dan niet met je spierziekte te maken kan hebben? Meld die bij Lareb.

Booster, derde prik of herhaalprik?

  • Mensen met een ernstige afweerstoornis komen (als zij 12 jaar of ouder zijn) in aanmerking voor een extra prik als onderdeel van de basisvaccinatie, de derde prik.
  • Daarbovenop kunnen zij een boostervaccinatie krijgen, net als alle Nederlanders van 12 jaar of ouder.
  • Bij een ernstige afweerstoornis of als je ouder bent dan 60 jaar, krijg je mogelijk ook een uitnodiging voor een herhaalprik.
  • Kinderen van 5-12 jaar kunnen één of twee keer een kinderdosis van het vaccin krijgen.

Niet alle mensen met een spierziekte die afweeronderdrukkende medicijnen gebruiken, vallen onder de groep 'mensen met een ernstige afweerstoornis'. Bij de meeste afweeronderdrukkende medicijnen maak je namelijk een vergelijkbare hoeveelheid antistoffen aan als gezonde mensen. In ons nieuwsbericht lees je bij gebruik van welke afweeronderdrukkende medicijnen je wel in aanmerking komt. Op de website van het RIVM vind je antwoorden op veelgestelde vragen. Voor de herhaalprik geldt dat de uitnodigingen lopen via je medisch specialist.

Aandachtspunten bij specifieke diagnoses

Specialisten op het gebied van onderstaande diagnoses melden ons het volgende:

  • Spierziekten waarbij afweeronderdrukkende medicijnen nodig zijn (zoals myositis, MG, Duchenne, MGUS-pnp) – Vaccinatie is mogelijk en wordt geadviseerd. Vaccins die werken op basis van een verzwakt levend virus zouden extra risico’s met zich meebrengen, maar dit is bij géén van de in Nederland beschikbare coronavaccins van toepassing. Stel immuuntherapiebehandeling dan ook niet uit in afwachting van een vaccin. Een uitzondering: wie corticosteroïden gebruikt volgens een on-off-schema wordt aangeraden in overleg met de arts twee dagen voor vaccinatie met de off-periode te beginnen, en zo nodig dus de 'on'-periode eenmalig in te korten. Volg het schema daarna weer zoals je gewend bent. Als je normaal gesproken dagelijks corticosteroïden gebruikt, kun je dat blijven doen.
    De meeste afweeronderdrukkende medicijnen lokken een vergelijkbare immuunrespons uit als bij gezonde mensen. Daarnaast geldt dat ook gedeeltelijke bescherming al kan helpen en het risico op bijwerkingen is niet vergroot.
  • Ziekte van Pompe - Het expertisecentrum raadt vaccinatie aan en adviseert daarbij enzymvervangende therapie en vaccinatie niet op dezelfde dag te laten plaatsvinden. Voor wie zich goed voelt op de dag na toediening van het infuus, is vaccinatie mogelijk. Andersom geldt dat behandeling met enzymvervangende therapie kan vanaf de eerste dag ná vaccinatie, maar wel op voorwaarde dat er geen bijwerkingen zijn (zoals koorts, spierpijn of een grieperig gevoel).
  • CIDP - Deze patiënten krijgen het advies om zich te laten vaccineren, zodra zij daarvoor in de gelegenheid worden gesteld. Er is geen harde reden om het niet te doen en zelfs als de vaccinatie het immuunsysteem zodanig zou beïnvloeden dat de CIDP erger wordt, kan dat meestal vrij goed opgevangen worden met medicatie.
  • GBS - Medisch specialisten van het GBS-expertisecentrum adviseren personen die in het verleden GBS hebben doorgemaakt om zich te laten vaccineren. GBS is toegevoegd als zeer zeldzame bijwerking bij vaccins van Janssen en AstraZeneca maar voordelen blijven opwegen tegen de nadelen, vinden naast de EMA en het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) ook het GBS-expertisecentrum en de GBS|CIDP Foundation International (Engelstalig). Bij vaccins van Pfizer en Moderna is geen verband gezien. Zie ook een (ouder) overzicht van wetenschappelijke publicaties en reacties van specialisten op dit gebied
  • NA Bijwerkingencentrum Lareb berichtte over een aantal mensen dat na vaccinatie een (nieuwe) aanval van NA doormaakte. Wetenschappelijk bewijs voor een oorzakelijk verband is er volgens onze medisch adviseur niet. Er zijn ook mensen die na een NA-aanval een hernieuwde vaccinatie ondergaan en geen NA krijgen en zijn mensen die na een COVID-infectie NA krijgen. Er is dus geen reden af te wijken van het advies om wel te vaccineren.

Gentherapie en vaccinatie

Leden stellen de vraag of een COVID-19-vaccinatie nadelig kan zijn voor mensen die in de toekomst mogelijk een gentherapie krijgen aangeboden. Een gentherapie maakt immers vaak gebruik van een aangepast virus (meestal een zogenaamd AAV-virus) om veranderd erfelijk materiaal binnen te brengen in een cel. Het antwoord van de specialisten is: nee, dat is niet nadelig.

Er bestaan heel veel soorten virussen, die van elkaar verschillen als een walvis van een spitsmuis. Een vaccin richt zich heel specifiek op één bepaald virus, in dit geval COVID-19. Sommige coronavaccins maken daarnaast nog gebruik van virusvectoren, net als bij gentherapie. Echter géén van de vaccins die door de Nederlandse overheid zijn besteld, gebruikt AAV.

Vaccineren niet mogelijk?

In sommige gevallen kunnen naast bovengenoemde factoren ook andere afwegingen een rol spelen bij het advies om je wel of niet te laten vaccineren. Overleg bij twijfel met je behandelend arts of bel met de Twijfeltelefoon van het ErasmusMC.